GSD-IV is een afwijking waarbij overtollige suikers in het lichaam niet op de juiste manier worden opgeslagen. Kittens die aan deze ziekte lijden worden dood geboren of sterven binnen een aantal maanden. Er is geen genezing voor deze ziekte.
Het is mogelijk om via DNA te testen of een dier aan deze ziekte lijdt, een drager ervan is of er vrij van is.
Fifé gelieerde verenigingen (zoals Mundikat, Felikat en Felis Belgica) verplichten hun fokkerleden om de ouderdieren op deze ziekte te laten testen. Deze gegevens worden bijgehouden in een administratie, en een kitten krijgt een bijlage bij de stamboom waarin de testresultaten van de ouders wordt vermeld. Wanneer beide ouderdieren vrij getest zijn, zal het kitten ook als vrij van deze ziekte in de administratie van Fifé worden geregistreerd. Wanneer er met dit kitten wordt gefokt, hoeft het niet nogmaals op GSD-IV te worden getest.
Bij onafhankelijke verenigingen is het niet verplicht om de ouderdieren op deze ziekte te laten testen. De meeste fokkers nemen hun eigen verantwoordelijkheid hierin en nemen zelf het initiatief om fokdieren te testen waarvan de testresultaten van de ouders niet bekend zijn, of waarvan één van de ouders een drager van deze ziekte is.
Pyruvaat Kinase (PK) is een enzym dat essentieel is voor de energieproductie in rode bloedcellen. Bij lijders aan deze aandoening is dit enzym afwezig, waardoor rode bloedcellen versneld afgebroken worden.
PKdef kenmerkt zich door bloedarmoede. Bij diverse rassen is een verschillende mate van de symptomen beschreven. De symptomen van deze vorm van bloedarmoede kunnen zijn: sloomheid, zwakte, gewichtsverlies en gele kleur van de slijmvliezen. Vaak is de urine donkerder gekleurd. Er bestaat geen behandeling voor PKdef, alleen de symptomen kunnen bestreden worden.
Er is een grote variatie in de leeftijd waarop deze ziekte zich openbaart, maar ook in de mate waarin katten hier last van hebben. Verder treden de verschijnselen periodiek op.
Het is gebleken dat Noorse boskatten die aan PKdef lijden toch nog vrij oud kunnen worden: de oudste kat waarbij PKdef is geconstateerd was 14 jaar.
Hypertrofische cardiomyopathie (HCM) is een progressieve spierziekte (myopathie) van het hart (cardio) die gekenmerkt wordt door een sterke verdikking (hypertrofie) van de wand van met name de linker hartkamer. De ziekte komt zowel bij raskatten als niet raskatten voor. De meest bekende raskatten waarbij HCM wordt beschreven zijn o.a. de Maine Coon, Noorse Boskat, Ragdoll, Britse Korthaar en de Sphynx.
Hoewel HCM door genetische oorzaken wordt veroorzaakt, wordt HCM toch gezien als een verkregen hartziekte. Dit komt omdat HCM pas op latere leeftijd tot uiting komt. De gemiddelde leeftijd van diagnosticeren van HCM is verschillend per ras en ligt tussen de 2 tot 6 jaar.
Testen Er kan echografisch en via DNA worden getest. Ondanks dat er inmiddels 3 genmutaties zijn vastgesteld, is een DNA-test echter slechts een aanvulling op, en geen vervanging voor het echografisch onderzoek.
Polycystic Kidney Disease (PKD) is erfelijke nierziekte. Katten met PKD hebben in beide nieren meerdere cystes (= met vocht gevulde holtes). Zowel het aantal cystes als de omvang van de cystes zal toenemen met het ouder worden van de kat. Uiteindelijk zal er chronisch nierfalen optreden. Er bestaat geen behandeling om deze ziekte te genezen, het proces kan hooguit worden afgeremd door middel van medicatie en dieetmaatregelen.
Er is een DNA test voor PKD beschikbaar; het is echter niet aangetoond dat het hier om de enige variant gaat die bij Noorse boskatten voorkomt. Meer zekerheid geeft echografisch onderzoek: deze manier van testen is vanaf de leeftijd van ongeveer 9 maanden voor 91% betrouwbaar om PKD mee te diagnosticeren.
Chronische Interstitiële Nefritis (CIN) is een ander woord voor schrompelnier. Door ontstekingsreacties in de nieren ontstaat er bindweefsel en dit zal de nieren doen samentrekken, verschrompelen. De nieren zullen kleiner worden dan zij voorheen waren en een afwijkende weefselstructuur vertonen. Uiteindelijk zal er chronisch nierfalen optreden.
De ziekte kan door diverse oorzaken ontstaan, een erfelijke aanleg is er daar één van. Ook bij Noorse boskatten kan deze erfelijke variant voorkomen.
Door middel van een echografisch onderzoek kan worden onderzocht of de nieren op het moment van het onderzoek afwijkingen vertonen en aanleiding geven tot verder onderzoek (bijvoorbeeld het bepalen van de nierwaarden in het bloed). Omdat het slechts een momentopname is, is het raadzaam om hierop bij fokdieren periodiek middels echo te laten testen. Vaak betaalt men slechts een gering bedrag meer als dit onderzoek wordt gecombineerd met het echografisch onderzoek van het hart.
Niesziekte is eigenlijk geen ziekte op zich, maar een verzamelnaam voor infecties van de bovenste luchtwegen bij katten. Het wordt meestal veroorzaakt door een combinatie van virussen en/of bacteriën. Meest voorkomende veroorzakers zijn:
Symptomen bij niesziekte kunnen zijn: niezen, snotneus (helder tot etterig), tranende ogen of ontstoken bindvlies (rood, pus), koorts, verminderde eetlust, sloomheid en bij het calicivirus kwijlen en moeite met slikken. Besmetting vindt plaats via druppeltjes in de lucht, direct contact met een besmette kat, via voerbakjes, mandjes maar ook via kleren en handen van de eigenaar. Een rechtstreekse behandeling van het virus is er niet, wel kunnen de symptomen worden behandeld met bijvoorbeeld koortsremmers/pijnstilling, antibiotica bij bacteriële infecties, oogzalf etc. Preventie: jaarlijkse vaccinatie. Dit voorkomt een besmetting niet, maar zal hem wel milder doen verlopen.
Kattenziekte is een zeer besmettelijk virus, dat verwant is aan het parvovirus bij honden. Indien niet tijdig behandeld, zal een kat die symptomen vertoont vaak sterven. Het virus tast vooral het maagdarmkanaal, het immuunsysteem en bij jonge kittens ook het zenuwstelsel aan. De ziekte ontwikkelt zich vaak snel en heftig.
Symptomen:
Besmetting vindt plaats via direct contact met besmette katten, via ontlasting, urine, speeksel en braaksel en via de omgeving (ook via het meenemen onder schoenen of aan kleding van de mens). Het virus is extreem resistent en kan maandenlang overleven op oppervlakken, kleding, voerbakjes, schoenen, enz. Diagnose: door middel van bloedonderzoek of een PCR-test of ontlastingstest voor FPV. Diagnose is echter tijdrovend en vaak is het ziekteverloop zo snel dat behandeling al op verdacht van kattenziekte moet worden ingezet. Behandeling: het virus op zich is niet te behandelen, maar er kan ondersteunende behandeling worden ingezet. Denk hierbij aan intensieve infuustherapie tegen uitdroging, medicatie tegen braken/diarree, antibiotica om secundaire bacteriële infecties te voorkomen, pijnstilling en warmte. Verder grondige reiniging van de omgeving met bleekmiddel (1:10 verdund) of een parvo-dodend desinfectiemiddel (zoals Virkon S of Halamid) Preventie: (drie)jaarlijkse vaccinatie.
FIV (Feline Immunodeficiency Virus) is een virus dat voorkomt bij de kat. Het tast de afweercellen van het lichaam aan. Hierdoor wordt de algemene afweer van de kat verminderd. Het virus kan worden overgebracht via vecht- en bijtwonden. Kittens kunnen tijdens de dracht besmet worden wanneer de moederpoes tijdens de dracht besmet wordt met FIV. Ook kunnen kittens met FIV besmet worden via de melk wanneer de moederpoes tijdens de dracht met FIV besmet wordt. Er is geen genezing mogelijk; de behandeling richt zich op het verminderen van de symptomen. Katten met FIV overlijden vaak aan een infectie zoals longontsteking.
Om te voorkomen dat poes en kater elkaar besmetten wordt er voorafgaand aan een dekking vaak op deze ziekte getest (helemaal in het geval van een dekking door een kater van buiten de cattery). De dierenarts kan dit door middel van een SNAP-test doen waarvoor een klein drupje bloed nodig is. De uitslag is dan binnen 10 minuten bekend. Er bestaan SNAP-testen die op zowel FIV als FeLV testen (zoals de IDEXX Combo SNAP-test en de Witness FeLV/FIV-test). Beschikt de dierenarts niet over zo'n test, kan er ook meer bloed worden afgenomen en opgestuurd naar een laboratorium.
FeLV (Feline Leukemie Virus) of kattenleukemie is een ernstige virusziekte met dodelijke afloop, veroorzaakt door een retrovirus. Het virus produceert een enzym waardoor kopieën van het virus DNA in de besmette cellen van de kat terecht komt. Hierdoor wordt uiteindelijk het immuunsysteem van de kat ernstig aangetast en zijn de katten vatbaarder voor allerlei secundaire infecties.
Katten kunnen elkaar besmetten door elkaar te likken of te bijten. Ook kan dit virus in de baarmoeder op de ongeboren kittens overgedragen worden. Jonge kittens zijn het meest gevoelig voor infectie met dit virus.
Om te voorkomen dat poes en kater elkaar besmetten wordt er voorafgaand aan een dekking vaak op deze ziekte getest (helemaal in het geval van een dekking door een kater van buiten de cattery).
De dierenarts kan dit door middel van een SNAP-test doen waarvoor een klein drupje bloed nodig is. De uitslag is dan binnen 10 minuten bekend. Beschikt de dierenarts niet over zo'n test, kan er ook meer bloed worden afgenomen en opgestuurd naar een laboratorium.
Dit virus is veel voorkomend bij katten. De meeste katten worden tijdens hun leven wel eens besmet met dit een coronavirus, vooral wanneer zij in een grotere groep katten leven. Een coronavirus infecteert het maagdarmstelsel van de kat en vermeerdert zich daar. De kat kan er lichte diarree van krijgen, die vanzelf weer overgaat. Vervolgens wordt het weer uitgescheiden via de ontlasting. Buiten het lichaam kan het enkele dagen tot weken overleven. Coronavirussen kunnen goed met desinfectans worden bestreden.
Dit op zich betrekkelijk onschadelijke virus kan zich muteren, waardoor de kat FIPFeline Infectieuze PeritonitisBuikvliesontsteking door een coronavirus veroorzaakt kan krijgen. FIP is doorgaans dodelijk. Er bestaat er sinds kort een medicijn waarmee (mits tijdig ingezet) goede resultaten worden geboekt. Dit medicijn is in Europa echter legaal slecht verkrijgbaar en is zeer kostbaar.
In het kader van 'als de kat geen coronavirus heeft kan deze ook geen FIP ontwikkelen' vragen sommige poezen- en dekkatereigenaren een bewijs van coronavrij zijn voorafgaand aan een dekking.
De meest voorkomende wormen bij katten in Nederland en België zijn spoelwormen (Toxocara cati), Haakwormen (Ancylostoma spp.), Lintwormen (Dipylidium caninum & Taenia spp.) en - minder vaak voorkomend - Longwormen. In warmere landen komt daarbij ook Hartwormen (Dirofilaria immitis) voor.
Diagnose: periodiek ontlastingsonderzoek op wormen. Ook kan er worden gekozen voor periodieke preventieve ontworming, ook bij binnenkatten (minimaal 2-4x per jaar). Behandeling: middelen zoals Milbemax, Drontal, Panacur, of middelen die via een pipetje kunnen worden toegediend zoals Stronghold en Nexguard.
Giardia duodenalis (ook wel Giardia lamblia genoemd) is een microscopisch kleine parasiet die de dunne darm van katten (en andere dieren, ook mensen!) kan infecteren. Het veroorzaakt giardiasis, een maag-darmziekte.
Symptomen: Diarree (vaak zacht, stinkend en vettig), soms slijm of bloed in de ontlasting, winderigheid, buikpijn of ongemak en afvallen, ondanks normale eetlust. Vooral bij kittens of katten met een zwakker immuunsysteem kan het verloop ernstiger zijn. Diagnose: middels een SNAP-test waarbij ontlasting wordt gebruikt die over meerdere dagen is verzameld. Dit omdat Giardia niet constant uitgescheiden wordt. Behandeling: Fenbendazol (bijv. Panacur) gedurende 5 dagen, metronidazol (antibioticum) volgens voorschrift van de dierenarts. Ook worden er goede resultaten bij kittens en volwassen katten geboekt met carnidazol (bijv. Gambamix). Katten met hardnekkige infecties kunnen een herhaalbehandeling nodig hebben.
De parasiet en zijn cysten worden uitgescheiden via de ontlasting. Andere katten kunnen besmet raken door:
Cysten kunnen dagen tot weken in een vochtige omgeving overleven en is daarmee zeer hardnekkig. Een goede hygiëne is daarom van groot belang: dagelijks de bakken van ontlasting ontdoen, kattenbakken en de omgeving met chloorwater en/of hete stoom reinigen, dekentjes en mandjes op minimaal 60°C wassen, etc.
Tritrichomonas foetus (ook wel tritri genoemd) is een eencellige parasiet die bij katten darmproblemen kan veroorzaken, vooral bij jonge katten of katten die in groepen leven.
Symptomen: chronische of terugkerende diarree (vaak stinkend, soms met slijm of bloed) en winderigheid. Katten blijven vaak verder goed eten en hebben een normale conditie, al ziet men bij kittens vaak een tragere gewichtstoename dan verwacht mag worden. Diagnose: middels een PCR-test (sneltest) of via een in-pouch kweek in een laboratorium. Behandeling: er is maar één antibioticum voor handen dat afdoende werkt: Ronidazol. Dit medicijn kan echter neurologische bijwerkingen geven en moet daarom met zorg worden gedoseerd om de kans daarop te voorkomen. Soms gaat de infectie vanzelf over, maar dat kan lang duren.
Katten kunnen symptoomloos drager van deze parasiet blijven, en in periodes van verminderde weerstand weer gaan uitscheiden (bijvoorbeeld bij stress, krolsheid, bevalling, verhuizing, andere ziekte of vaccinaties etc.). Andere katten kunnen besmet raken door:
In tegenstelling tot Giardia overleeft Tritrichomonas foetus niet lang buiten het lichaam - meestal maar enkele uren. Om andere katten te besmitten is direct contact of snel contact met verse ontlasting nodig. Maar in een drukke omgeving zoals een kattenbak die niet vaak genoeg wordt verschoond, kan dat genoeg zijn.
Ringworm (ook wel dermatofytose) is een huidinfectie veroorzaakt door schimmels, meestal de soort Microsporum canis. Deze schimmel tast de huid, vacht en nagels aan van katten en andere dieren. Sommige katten vertonen bij een infectie ernstige huidafwijkingen, andere enkel kleine plekjes of zelfs niets. Karakteristieke huidafwijkingen bestaan uit min of meer ronde, zich uitbreidende, plekken met haarverlies, met name rond de kop, oren of de pootjes en voetzooltjes. De besmette huid is schilferig en kan er ontstoken uitzien.
Bij ringworm zijn het de schimmelsporen die tijdens een infectie geproduceerd worden, die zeer besmettelijk zijn, ook voor de mens. De sporen worden vaak in groepen aangetroffen rondom de haarschacht van geïnfecteerde haren en kunnen alleen met behulp van een microscoop worden gezien. Deze geïnfecteerde haren vallen uit in de omgeving van de kat. Andere katten kunnen zich besmetten door direct contact met een geïnfecteerd dier of door blootsteling aan de besmette omgeving of voorwerpen als kammen, borstels, nagelknippers of een ligkussen. Sporen in de omgeving zijn erg hardnekkig en kunnen zonder behandeling wel anderhalf jaar lang besmettelijk blijven.
Diagnose: in het geval van Microsporum Canis middels een Wood's lamp, een schimmelkweek of PCR. Behandeling: (half)langharige katten eerst scheren.De kat gedurende 10 weken twee maal per week wassen met speciale medicinale shampoo. Soms kan het nodig om daarnaast ook tabletten (Itraconazole) in te zetten. De omgeving moet gereinigd worden met bleekmiddel (chloor) gemengd met een enilconazole/miconazole oplossing. Er zijn ook sprays op de markt om uw bankstel, kleden, auto, etc. mee te behandelen.
Bij een castratie of sterilisatie wordt de kat onvruchtbaar gemaakt. Castratie is het weghalen van de geslachtsorganen, zowel bij mannelijke als bij vrouwelijke dieren. Bij katers worden de testikels verwijderd, bij poezen de eierstokken en soms ook de baarmoeder. Castratie bij poezen wordt in de volksmond ook wel sterilisatie genoemd.
Het laten castreren van de kat heeft veel voordelen (behalve voor fokkers uiteraard).
Vroegcastratie of vroegsterilisatie is het castreren of steriliseren van kittens (zowel katers als poezen) vóór de leeftijd van 16 weken. In Frankrijk en België is hier veel ervaring mee als gevolg van de wetgeving die verplicht dat alle katten en kittens gecastreerd/gesteriliseerd moeten worden voor ze vijf maanden oud zijn en/of voor verkoop of adoptie. Ook wordt het gedaan vanuit fokkers die zeker willen weten dat er met het betreffende kitten niet gefokt zal worden (om welke reden dan ook). Het kitten wordt dan gecastreerd vóór het naar de nieuwe eigenaren verhuist.
Op La Dépeche Vétérinaire wordt op een rijk geïllustreerde pagina uitgelegd hoe vroegcastratie in zijn werk gaat. Omwille van de mensen wiens Frans wat roestig is, via onderstaande link middels Google Translate in het Nederlands vertaald.
Wanneer u geen bijsluiter heeft meegekregen bij het medicijn dat uw kat voorgeschreven heeft gekregen, blijkt helaas al snel dat veel producenten van de betreffende medicijnen hun bijsluiters via het internet (als gevolg van de Nederlandse wetgeving) enkel inzichtelijk hebben gemaakt voor (para)veterinaire deskundigen.
Maar hoe dan achter de werking en de bijwerkingen te komen?
Diergeneesmiddelen.info probeert hier een antwoord op te geven met haar collectie bijsluiters, die continu wordt uitgebreid en geactualiseerd.
Klik op onderstaand logo om deze website raad te plegen.